Valencia wordt door veel Nederlanders overgeslagen. Ze gaan naar Barcelona, naar Madrid, of naar Lissabon. Dat heeft een reden: Valencia is minder vaak in het nieuws, er zijn minder Instagram-plaatjes van en het staat zelden bovenaan een lijstje. Maar dat is precies wat de stad zo aantrekkelijk maakt.
Reken maar: een historisch centrum waar je uren kwijt kunt zijn, een futuristisch complex dat aanvoelt als sciencefiction, de lekkerste paella van Spanje (want ze vonden hem hier uit) en een strand dat je te voet kunt bereiken. Drie dagen zijn meer dan genoeg om te begrijpen waarom steeds meer reizigers hier terechtkomen.
Het park van zes kilometer dat door de stad loopt
Valencia heeft een park dat je in geen andere stad zo tegenkomt. De Turia is eigenlijk een rivier, of was dat. Na een catastrofale overstroming in 1957 werd de rivier omgeleid, buiten de stad om. Wat overbleef was een leeg rivierbed van zes kilometer dwars door het centrum. De Valencianen maakten er een park van.
Het Jardí del Turia is nu de ruggengraat van de stad. Je kunt er fietsen van het historische centrum tot aan de zee, langs speeltuinen, sportvelden, bankjes en fonteinen. Geen verkeer, geen herrie. De meeste bezoekers huren bij aankomst een fiets en rijden de hele route in één middag. Dat geeft je meteen het gevoel van de stad: vriendelijk, ontspannen, leefbaar.
Futuristische architectuur langs het water
Aan het einde van het Turia-park stuit je op iets onverwachts. De Ciudad de las Artes y las Ciencias, de Stad van Kunst en Wetenschappen, lijkt te zijn neergegooid door een ruimteschip. De gebouwen zijn ontworpen door Santiago Calatrava en Félix Candela: witte constructies vol organische vormen, weerspiegeld in de vijvers eronder.
Het complex telt een oceanarium (het grootste van Europa), een wetenschapsmuseum, een operagebouw en een bioscoop met een koepelscherm. Je hoeft niet alles te bezoeken; het architectuurcomplex zelf is al een bezienswaardigheid. Ga er ook eens 's avonds naartoe voor de verlichting.
Paella eten in de stad die hem uitvond
Valencia is de geboorteplaats van paella, en dat merk je. Niet de toeristische varianten met alles erop en eraan, maar de echte Valenciaanse paella: kip, konijn, bonen en saffraanrijst in een platte pan op houtskool gebakken. De rijst moet een lichte korst hebben aan de onderkant, de socarrat. Dat is de proef of de paella goed is gemaakt.
Restaurants die deze versie serieus nemen zitten iets buiten het centrum, richting het strand of in de wijk El Cabanyal. Vraag bij je hotel of in je appartement om een aanbeveling van iemand die er woont. Toeristische gidsen sturen je vaak naar plekken die voornamelijk op fotogeniek zijn ingericht, niet op smaak.
Markten, pleinen en oude stadspoorten
Het historische centrum van Valencia loop je in een halve dag door, maar je hebt er makkelijk twee voor nodig als je echt wilt rondkijken. De Mercado Central is een van de mooiste markten van Europa: een art-nouveauhal uit 1928 met meer dan 400 kramen vol groenten, vlees, vis en tapas. Ga er in de ochtend, als de lokale bevolking boodschappen doet.
Op loopafstand vind je de Torres de Serranos, twee middeleeuwse stadspoorten die boven het stadscentrum uitsteken. Je kunt omhoog klimmen voor een uitzicht over de daken. De Plaza de la Virgen, een ruim plein achter de kathedraal, is 's middags het rustigste plekje van het centrum om even bij te komen.
Wil je meer inspiratie voor Spaanse stedentrips? Lees ook ons artikel over Madrid, de populairste stedentrip van Europa. Of ga voor het haventje aan de Atlantische kust: de tips voor een weekend Porto helpen je op weg.
Het strand is gewoon een paar minuten fietsen
Valencia heeft drie kilometer stadsstrand. Niet de meest stille stranden van Europa, maar wel toegankelijk: je fietst er in twintig minuten naartoe vanuit het centrum. Playa de Las Arenas is het drukste strand, met restaurants en terrassen langs de boulevard. Playa de La Malvarrosa ligt er direct naast en is wat rustiger.
De combinatie van stad en zee maakt Valencia zo handig voor een lang weekend. In de ochtend door het centrum, in de middag aan het strand, in de avond uit eten in El Carmen of het oude centrum. Je hoeft geen keuze te maken.
Drie dagen om de sfeer te pakken te krijgen
Drie dagen is de ideale duur voor Valencia. Dag één voor het centrum en de markt, dag twee voor het park, het futuristische complex en het strand, dag drie om rustiger te wandelen, goed te eten en te beslissen wat je hebt gemist.
Vluchten van Amsterdam en Eindhoven zijn er dagelijks, vaak al te boeken voor minder dan 80 euro retour. De beste periodes zijn mei-juni en september-oktober: warm maar niet oncomfortabel heet, en de drukke zomerse strandtijd is voorbij. In de winter is het mild genoeg voor een stadswandeling, maar dan mis je het strand.
Valencia hoeft niet te winnen van Barcelona of Madrid. Het doet gewoon zijn eigen ding, al decennialang. En dat merkt elke bezoeker die er toch terecht komt.