In de Dolomieten hangt een wandelaar aan een stalen kabel, vijftig meter boven een ravijn, met een klimgordel om en een brede grijns op het gezicht. Dit is via ferrata: een mix van wandelen en klimmen die de afgelopen jaren hard groeit. Onderzoekers van de University of Eastern Finland noemen het de volgende grote groeimarkt in bergtoerisme. Reden genoeg om uit te zoeken wat het precies inhoudt en hoe je er zelf mee begint.
Wat is via ferrata precies
Via ferrata betekent letterlijk "ijzeren pad" in het Italiaans. Het is een vaste route langs een rotswand met stalen kabels, ladders, bruggetjes en metalen nietjes in de rots. Je klimt niet los zoals bij sportklimmen, maar haakt jezelf met een klimset aan de kabel vast. Daardoor beweeg je wel door steil terrein, zonder dat je de techniek van een ervaren klimmer nodig hebt. Volgens de geschiedenis op Wikipedia legden Italiaanse en Oostenrijkse troepen de eerste routes aan tijdens de Eerste Wereldoorlog, om zich sneller door de Dolomieten te kunnen verplaatsen. Pas vanaf de jaren negentig ontdekte het toerisme het pad.
Waarom nu iedereen hier plots over praat
Begin dit jaar publiceerden onderzoekers Kelsey Johansen en Rodney Lemelin de eerste grote studie naar via ferrata als toeristische sport. Hun conclusie: het is geen subcategorie van bergbeklimmen of klimmen, maar een eigen hybride activiteit die sinds de coronapandemie vooral in Noord-Amerika een vlucht neemt. In Europa bestaat de sport al decennia, maar ook hier stijgt het aantal beoefenaars gestaag, vooral onder wandelaars die toe zijn aan iets spannenders dan een gewone bergtocht. Heb je net de Laugavegur-trail in IJsland afgerond en zoek je een volgende uitdaging die net zo veel adrenaline geeft, dan is via ferrata een logische stap.
Waar je het beste kunt beginnen
Zuid-Tirol en de omgeving van het Gardameer vormen al jaren het hart van de sport, met meer dan 150 routes in alle moeilijkheidsgraden. Beginners starten doorgaans in de Dolomieten, waar routes vaak gecombineerd zijn met een berghut voor onderweg, zodat je een meerdaagse tocht van hut naar hut kunt maken zonder elke avond terug naar het dal te moeten. Wil je iets verder van de gebaande paden, dan heeft ook Slovenië een groeiend aanbod rond de Julische Alpen. Wij schreven eerder al over de Soča-vallei als nieuwe avonturenhotspot, en diezelfde regio leent zich uitstekend voor een eerste via ferrata-ervaring, met minder toeristen dan de drukke Italiaanse klassiekers en vergelijkbare prijzen voor een gids. Oostenrijk is dan weer de beste keuze als je liever in kleinere groepen klimt, omdat de routes daar vaker net buiten de populairste vakantiedorpen liggen.
Welke uitrusting je nodig hebt
Je hebt minimaal een klimgordel, een via ferrata-set met twee karabijnhaken en een schokdemper, een klimhelm en stevige wandelschoenen met goede grip nodig. De schokdemper is geen overbodige luxe: hij vangt de klap op bij een val, zodat je niet vol op de kabel of de rots terechtkomt. De meeste berghutten en klimscholen in de Dolomieten en Zuid-Tirol verhuren de volledige set voor een paar euro per dag, dus je hoeft niet meteen te investeren in eigen materiaal voordat je weet of de sport bij je past.
De moeilijkheidsgraden uitgelegd
Italiaanse routes gebruiken een schaal van A tot E, waarbij A een rustige wandeling met wat kabels is en E voorbehouden is aan ervaren klimmers met veel kracht in de armen. Oostenrijk en Zwitserland werken met de K1 tot K6-schaal, die net iets anders is opgebouwd maar hetzelfde idee volgt: hoe hoger het cijfer, hoe technischer en uitputtender de route. Begin altijd met een A- of K1-route, ook als je fit bent. De schalen zeggen namelijk niets over hoogteangst, en die ontdek je pas als je er daadwerkelijk hangt.
De veiligheidsregels die je nooit overslaat
Blijf altijd met minstens één karabijnhaak aan de kabel vastzitten, ook tijdens het omklimmen van een ankerpunt. Juist dat moment, waarop je de ene haak losmaakt om de volgende te pakken, gaat het vaakst mis bij onervaren klimmers. Check voor je vertrekt de weersverwachting en keer meteen om bij onweer: een stalen kabel op een kale rotswand is in feite een bliksemafleider, en meerdere ongelukken in de Alpen zijn precies daardoor ontstaan. Vermijd drukte door vroeg te starten, want een file van klimmers op een smal stuk kabel is geen prettige plek om te wachten. En laat altijd iemand weten welke route je loopt en wanneer je terug verwacht wordt, ook al voelt dat overdreven voor een "makkelijke" tocht.
Dit is de route om mee te starten
De Sentiero Bonacossa in de Dolomieten geldt als een van de beste eerste routes: grade A, met spectaculair uitzicht maar weinig technisch lastige stukken. Boek voor je eerste keer altijd een gids of een introductiecursus van twee tot drie dagen, ook als je zelf al ervaring hebt met klimmen. Niet omdat de uitrusting ingewikkeld is, maar omdat je moet wennen aan het idee dat de kabel je houvast is en niet je eigen evenwicht. Twijfel je nog of dit echt iets voor jou is, test eerst je conditie en hoogtetolerantie tijdens een weekend klimmen en klauteren in de Ardennen. Voelt dat goed, dan is de stap naar een echte via ferrata in de Alpen een kleine.