Elk jaar rond half juni gaat er een streep door duizenden agenda's: de hutten langs de Laugavegur trail in IJsland openen weer en de eerste bussen rijden naar Landmannalaugar. Wie er ooit doorheen liep, snapt meteen waarom deze route al decennia op elk lijstje met mooiste meerdaagse wandelingen ter wereld staat. Geen enkele andere trail wisselt zo vaak van decor: binnen een halve dag loop je van rokende rhyolietbergen naar zwart lavagruis en eindig je in een groen dal met watervallen.
Wie serieus overweegt om te gaan, moet wel op tijd beginnen met plannen. De hutten zitten maanden van tevoren vol en wie te laat boekt, staat letterlijk buiten in de wind.
Waarom deze route al jaren zo geliefd is
De Laugavegur loopt zo'n 55 kilometer door de zuidelijke hooglanden van IJsland, van het geothermische gebied Landmannalaugar naar het beboste dal Þórsmörk. Onderweg passeer je kleurrijke rhyolietbergen, uitgestrekte zwarte zandvlaktes, obsidiaanvelden en gletsjerrivieren. De meeste wandelaars doen er vier tot vijf dagen over, met overnachtingen in bergrefugia van Ferðafélag Íslands. Wie meer wil, verlengt de tocht met de Fimmvörðuháls-etappe naar Skógafoss: dan loop je zes dagen en 79 kilometer tussen twee gletsjers door.
Vergelijk het gerust met onze eigen mooiste wandelroute van Nederland: waar de Veluwe rust en bos biedt, geeft IJsland je binnen één dagetappe drie totaal verschillende landschappen. Dat contrast is precies waarom wandelaars uit heel Europa deze trail blijven terugkiezen.
Wanneer je moet gaan
Het seizoen in de hooglanden is kort: van halverwege juni tot halverwege september zijn de hutten open en rijden de bussen naar Landmannalaugar. Buiten die periode is het gebied vaak onbegaanbaar door sneeuw en gesloten wegen. Eind juli en begin augustus geven het meest stabiele weer en de meest voorspelbare rivierstanden, maar dat zijn ook de weken waarin alles het snelst volgeboekt raakt. Ga je vroeg in het seizoen, houd dan rekening met sneeuwresten op het stuk bij Hrafntinnusker en met hogere waterstanden door smeltwater.
Hutten of eigen tent
Onderweg overnacht je bij een van de bergrefugia, met plek voor koken en een gedeelde slaapzaal. Een bed kost ongeveer 60 tot 90 euro per nacht en moet je ruim van tevoren reserveren via de hutorganisatie. Wie liever kampeert, betaalt zo'n 15 euro per nacht en zet zijn tent naast de refugia neer. Douchen kost dan meestal een paar euro extra en is niet overal beschikbaar. Voor wie het zelf regelt: reken op basisvoorzieningen, geen luxe, maar wel een dak boven je hoofd als het weer omslaat.
Wat je wel en niet inpakt
Reisdagen in de hooglanden vragen om laagjes: het kan binnen een paar uur omslaan van felle zon naar motregen met wind. Onmisbaar zijn stevige wandelschoenen die al ingelopen zijn, een winddichte jas, wandelstokken voor de afdalingen en de rivieroversteken, en oordoppen voor de gedeelde slaapzalen. Pak juist minder in dan je denkt nodig te hebben: alles wat je draagt, sjouw je zelf vijf dagen lang mee. De meeste ervaren wandelaars leggen achteraf uit dat ze de helft van hun kleding nooit hebben aangeraakt.
Zin in nog meer buiten actief zijn na de tocht? In de rivieren en meren onderweg zwemmen is af te raden vanwege de kou en stroming, maar wie de smaak van koud water te pakken heeft, vindt in onze gids over wildzwemmen in Europa veilige plekken dichter bij huis.
Hoe je er komt
Landmannalaugar ligt niet aan een gewone weg. Je bereikt het startpunt met een van de speciale hooglandbussen die in het seizoen dagelijks vanuit Reykjavik rijden, over onverharde wegen en door rivieren die een gewone auto niet doorkomt. Reken op een rit van vier tot vijf uur, afhankelijk van het weer en de waterstand van die dag. Aan het einde van de tocht, in Þórsmörk, staat een vergelijkbare bus klaar om je terug te brengen. Boek die bus samen met je hutplekken: in de drukste weken van juli en augustus raken ook de bussen vol.
Sommige wandelaars combineren de tocht met een huurauto voor de rest van de reis. Let dan op: een gewone huurauto mag de hooglandwegen (de zogeheten F-wegen) niet op. Daarvoor heb je een 4x4 nodig, en zelfs dan is het verstandig om vooraf de actuele rivierstanden te checken voordat je een oversteek met de auto waagt.
De rivieroversteek waar niemand je voor waarschuwt
Er zijn geen bruggen op de Laugavegur. Je steekt meerdere gletsjerrivieren gewoon lopend over, op blote voeten of in oude sportschoenen die daarna nat blijven. De laatste oversteek, vlak voor je Þórsmörk bereikt, is de zwaarste: breed, koud en met een stevige stroming. Volgens SafeTravel, het officiële veiligheidsplatform van de IJslandse reddingsbrigades, vormen juist deze oversteken jaarlijks een van de grootste risico's voor wandelaars in de hooglanden, vooral bij hoog water na regen of smeltende sneeuw. Steek altijd schuin met de stroom mee over, gebruik je wandelstokken als steunpunt en wacht bij twijfel liever een uur dan dat je het risico neemt.
Dit bepaalt of je tocht slaagt
De Laugavegur is geen technisch zware klim, maar wel een tocht die vraagt om voorbereiding: op tijd boeken, het weer serieus nemen en niet onderschatten hoeveel je zelf moet dragen. Wie dat wel doet, komt terug met foto's die niemand gelooft totdat ze het zelf hebben gezien. Geen wonder dat mensen die eenmaal proeven van deze manier van reizen, daarna op zoek gaan naar de volgende hiking trip in plaats van weer een strandvakantie te boeken.